Hype of niet?

De publiek private samenwerking is hot. Na de bouwsector kijkt nu ook de ICT-sector naar deze vorm van samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven. Naast de behoefte om kosten te spreiden – als gevolg van de financiële crisis – is ook het steeds volwassener worden van de opdrachtgever-opdrachtnemer relatie daar de oorzaak van. Wat kan de Nederlandse overheid en het ICT-bedrijfslecen leren van de bouwsector en de Engelse conculega’s?

PPS

De definitie van een Publiek-Private Samenwerking (PPS) ligt niet vast. In de bouwsector wordt een aanbesteding bedoeld waarbij de overheid volledig stuurt op het gewenste einddoel en zich niet bemoeit met de inhoud. Dat gebeurt in de ICT-sector al geruime tijd, maar dan onder de noemer van een resultaatgerichte uitbesteding. In Engeland – waar men ver voorop loopt met "Public-Private Partnerships" – wordt een andere definitie gehanteerd, namelijk een contract waarmee een private partij een publieke taak uitvoert, waarbij het (financiële of technische) risico gedeeld wordt tussen beide. Het schoolvoorbeeld is Liverpool Direct Limited, dat voor 80% eigendom is van telecom operator BT.

Lessen uit de bouw

Ondanks dat in de bouw een andere definitie wordt gehanteerd zijn hier wel lessen uit te trekken. Daarvoor moeten we eerst even terug naar de probleem bij ICT uitbestedingen. Veel grote ICT-projecten lopen uit tijd en geld en de kwaliteit van het opdrachtgeverschap in de publieke sector is nog niet optimaal. En laat een PPS juist hiervoor een oplossing bieden. Opdrachten in de bouw gaan op basis van DBFMO (Design Build Finance Maintain & Operate) en het aanbiedende consortium bestaat dan ook minimaal uit een architect, een bouwonderneming, een bank en een onderhoudsbedrijf. Ondanks dat de architect onderdeel uit maakt van het opdrachtnemend consortium heeft hij hetzelfde belang als de opdrachtnemer als het gaat om kwaliteit en afwerking. De architect staat niet toe als er concessies worden gedaan aan de functionaliteit en presentatie. Dat is zijn/haar visitekaartje. De bank daarentegen stuurt met de opdrachtgever mee op het binnen geld realiseren van de opdracht. Omdat uitloop in tijd in de meeste gevallen gepaard gaat met uitloop in geld wordt de opdrachtgever ook hierbij geholpen door de bank.

Wil de ICT-sector van deze voordelen gebruik dan moeten de volgende twee aandachtspunten meegenomen worden:

  • De financiering moet voldoende omvang hebben om het voor een bank interessant te maken
  • De rol van IT-architect moet ingevuld worden vanuit een onafhankelijk architecten bureau met naam (en een reputatie die hoog gehouden moet worden).

Samenwerkingsverbanden

In de Engelse variant zijn twee samenwerkingsverbanden mogelijk:

  • Een organisatie met twee aandeelhouders, namelijk een ICT-dienstverlener en de overheid
  • Tussen de Rijksoverheid en een commerciele organisatie die samen diensten afnemen bij een ICT-dienstenleverancier.

De looptijd van dergelijke publiek-private samenwerkingen moet ruim zijn (10-12 jaar)

Publieke diensten

De kern van een PPS voor ICT is dus het leveren van publieke diensten door een private partij, waarbij risico’s worden gedeeld. Over welke publieke diensten hebben we het dan en welke risico’s moeten gedeeld worden? Gedacht kan worden aan datacenters of de ICT-werkplek voor de Rijksoverheid. Het uitwerken van het businessmodel achter een dergelijke samenwerking en het in kaart brengen van de risico-deling is een mooi onderwerp voor een scriptie.